Dynamieken binnen systemisch werk

In de vorige blog stond de familieopstelling als werkvorm centraal.

Maar wat wordt er nu eigenlijk zichtbaar wanneer we systemisch leren kijken?

Waarom lijken sommige patronen zich telkens te herhalen?
Waarom voelt bepaald gedrag soms groter dan de persoon zelf?
En hoe kan het dat mensen lasten dragen die moeilijk rationeel te verklaren zijn?

Binnen systemisch werk verschuift de aandacht van alleen het individu, naar de dynamieken waar iemand onderdeel van is.

Niet alles wat invloed heeft, is direct zichtbaar.
Toch laat het zich vaak voelen in gedrag, relaties, spanning, lichamelijke reacties of terugkerende thema’s.

In deze blog zoom ik verder in op enkele dynamieken die zich binnen systemisch werk kunnen tonen.

Niet fixen, maar fenomenologisch waarnemen
Wanneer ik kijk naar de rol van begeleider, gaat het voor mij niet primair om het toepassen van een techniek. Eerder om een manier van waarnemen. Het vraagt om sensitiviteit voor dat wat zich onder de woorden afspeelt. Wanneer we bijvoorbeeld kijken naar een opstellingsvorm, zijn er geen problemen die ‘gerepareerd’ hoeven te worden, maar bewegingen die gezien en erkend willen worden.

Wie zonder oordeel leert waarnemen, ziet dat achter een klacht vaak een systeem schuilgaat dat probeert opnieuw in balans te komen.

En precies daar – in dat veld van erkenning – ontstaat ruimte voor verandering.

Terug in balans
Als systemisch waarnemen niet zozeer oplossingsgericht is in de klassieke zin, waar liggen dan de accenten?
In mijn optiek zijn onderstaande beginselen belangrijk:

  • Zien en erkennen wat er is
  • Ruimte geven voor evt. emotionele processen die op gang komen
  • Herstellen van ordening
  • Ieder zijn eigen plek in laten nemen

Wanneer dit gebeurt, kan er opnieuw beweging ontstaan. Daarmee kan het voorkomen dat symptomen als vanzelf hun functie verliezen.

Terugkerende systemische dynamieken

Laat duidelijk zijn dat er vele dynamieken zijn die zich kunnen tonen en dat deze niet afgekaderd, los van elkaar bestaan. Hieronder gaan we dieper in op enkele terugkerende dynamieken.

1. Loyaliteit

Binnen systemen kunnen onbewuste loyaliteiten ontstaan richting ouders of eerdere generaties. Cliënten dragen dan bijvoorbeeld:

• emotionele zwaarte
• schuldgevoel
• verantwoordelijkheden die te groot zijn

Deze loyaliteit is zelden rationeel. Hij leeft vaak door in het lichaam, gedrag en relationele patronen. Zo nu en dan geïnterpreteerd als ‘karakter’ of ‘persoonlijkheid’.

Een cliënt merkt bijvoorbeeld dat ontspanning onrust oproept. Zodra het leven lichter voelt, ontstaat spanning of schuldgevoel. Tijdens het begeleidingstraject blijkt dat zijn moeder jarenlang depressief is geweest. Onbewust lijkt er een innerlijke beweging actief: “Ik mag het niet lichter hebben dan jij”.

2. Parentificatie
Het komt voor dat cliënten te vroeg volwassen zijn geworden.
Zij namen – expliciet of impliciet – een dragende rol op zich voor een ouder. In emotionele of praktische zin.

Systemisch gezien verschuift het kind daarmee uit zijn eigen plek en gaat het als het ware ‘boven’ de ouder staan. Een plek waar zij zich wellicht groot en verantwoordelijk voelen, maar (vanuit systemische wetmatigheid) niet écht in hun kracht staan.

Indien de dynamiek zich jong toont, is het voor een kind zeer onwaarschijnlijk dat hij / zij op de eigen plek blijft staan. Je zou kunnen zeggen dat de ’trekkracht’ van het systeem dusdanig sterk is, dat het kind van zijn of haar plek afgaat.

Een cliënt vertelt bijvoorbeeld dat hij zich moeilijk kan ontspannen in contact met anderen. Hij scant voortdurend de sfeer, voelt spanningen snel aan en neemt automatisch verantwoordelijkheid zodra iemand vastloopt. Later blijkt dat hij als kind een emotioneel kwetsbare ouder voortdurend probeerde te ontlasten. Wat ooit een vorm van afstemming was, is een permanente staat van waakzaamheid geworden.

Mensen die dit patroon dragen functioneren vaak (maatschappelijk) goed naar buiten toe, maar raken van binnen uitgeput.

3. Uitsluiting
Wat binnen een systeem geen plek heeft gekregen, werkt vaak op andere manieren door.
Denk daarbij aan:

• verzwegen familiegeschiedenis
• overleden of miskende familieleden
• buitengesloten familieleden
• trauma’s waar niet over gesproken werd

Wanneer iets of iemand systemisch wordt buitengesloten, kan er in volgende generaties onbewuste identificatie of verstrikking ontstaan. De cliënt kan dan symptomen dragen die niet ‘van haar’ zijn, maar functioneren als herinnering voor het systeem.

Zo kan een cliënt onverklaarbare zwaarte, angst of leegte ervaren, terwijl later blijkt dat er binnen het familiesysteem sprake was van een overleden kind, een verzwegen abortus of een buitengesloten familielid. Zonder het bewust te weten, raakt iemand verbonden met wat eerder geen plek mocht krijgen.

Het symptoom is dan niet zomaar een probleem, maar een vorm van trouw aan het systeem.

4. Plaatsverwisseling en rolverwarring
Wanneer ordening binnen een systeem verstoord raakt, kunnen mensen ongemerkt plekken innemen die niet bij hen passen. Denk daarbij aan:

• kinderen die naast of boven de ouders staan
• broertjes of zusjes die van plek wisselen
• partners die elkaar benaderen als ouder en kind
• cliënten die verantwoordelijkheid dragen voor de gevoelens van anderen

Een cliënt merkt dat zij in relaties voortdurend de leiding neemt en moeilijk kan leunen op de ander. Tijdens het begeleidingstraject wordt zichtbaar dat zij als kind vaak de bemiddelaar was tussen haar ouders. Zij voelde zich verantwoordelijk voor de sfeer in huis en nam ongemerkt een positie in die niet passend was voor een kind. Wat ooit hielp om het systeem bijeen te houden, zet zich later voort in relaties waarin gelijkwaardigheid moeilijk ontstaat.

Of:

Binnen een gezin kan het voorkomen dat een jonger kind dominant gedrag ontwikkelt en daarmee ongemerkt ‘boven’ een oudere broer of zus komt te staan. Wat aan de buitenkant lijkt op karakter of temperament, kan systemisch ook wijzen op een verschuiving in ordening binnen het systeem.

Waarnemingsvermogen
Binnen systemisch werk speelt – zoals eerder benoemd – waarnemingsvermogen een belangrijke rol.
In mijn optiek is het volgende essentieel:

Hoe meer je je eigen thema’s aankijkt, hoe verder je sensitiviteit verdiept.
Jouw vermogen om signalen bij de ander op te pikken wordt daarmee steeds verfijnder en subtieler.
Daar ligt als therapeut een belangrijke kracht.

Wanneer je steeds dieper leert luisteren op dit niveau, werk je niet alleen met de persoon tegenover je, maar met het grotere geheel waar iemand uit voortkomt.

Vergelijkbare berichten

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *