Ouders als spiegel
“Een eerste ontmoeting met onszelf”
Onze ouders zijn de eerste mensen met wie we in relatie treden. Nog voordat we woorden hebben, denken, kiezen of begrijpen, zijn zij onderdeel van het veld waarin wij ontstaan. Hun aanwezigheid – en soms juist hun afwezigheid – vormt de eerste spiegel waarin wij onszelf ervaren.
Die spiegel is – in mijn optiek – nooit onbevlekt. Ouders dragen hun eigen geschiedenis, pijn, onvervulde verlangens, overtuigingen en overlevingsstrategieën met zich mee. En precies dát maakt hen tot zo’n krachtige spiegel: niet omdat zij ‘goed’ of ‘fout’ zijn, maar omdat zij ons onvermijdelijk confronteren met wat gezien wil worden.
Ingenieuze creatie
Zoals ik ernaar kijk, komen we hier naar de aarde met ons eigen unieke, complexe ‘pijnpakket’. Voortkomend uit eerder opgedane levenservaringen.
Het fascinerende is dat dit unieke pakket naadloos aan lijkt te sluiten bij het gezinssysteem waarin je hier terechtkomt. Met andere woorden: het pijnpakket dat je ouders en eventueel broers of zussen met zich meedragen. Daarmee triggeren zij precies waar jij zelf pijnpunten hebt liggen. Je zou dus kunnen zeggen dat je je ouders niet voor niets hebt gekozen.
Vanuit kosmisch perspectief is het een ingenieuze creatie. Hier is duidelijk een intelligentie aan het werk die ver en ver voorbij gaat aan wat wij als mensen kunnen bedenken.
Hoe worden we gespiegeld?
Dit gebeurt voortdurend en op talloze manieren. Bijvoorbeeld in:
Hoe er omgegaan (of niet omgegaan) wordt met emoties.
Was er ruimte voor verdriet, boosheid of enthousiasme? Of werd hier niet over gesproken?
Wat ons voorgeleefd wordt.
Kinderen luisteren namelijk niet alleen naar woorden, maar stemmen zich af op wat ouders belichamen. Zit hier congruentie of juist niet?
Ruimte die er wel of niet is voor wie we zijn.
Ben ik welkom en mag ik mezelf zijn?
En mag ik ruimte innemen?
Hieropvolgend ontstaan overtuigingen over onszelf. Niet door één gebeurtenis, maar in de duizenden kleine momenten waarin een kind zichzelf leert kennen via de reactie van zijn omgeving.
De pijn van de spiegel
Bovenstaande fenomenen kunnen gevoelens oproepen van gemis, woede, rouw of diepe eenzaamheid.
Het is dan ook begrijpelijk dat veel mensen vast blijven zitten in verwijt of verzet:
“Zij hadden er anders moeten zijn.”
En dat klopt ook. Die pijn mag erkend worden. Zonder erkennen kan de pijn vast blijven zitten. Dat maakt het tot een gevangenis. Wanneer we daarentegen blijven steken in schuld of slachtofferschap, blijft het ons beheersen.
De verschuiving: van oordeel naar innerlijk werk
Het kan helpend zijn jezelf de volgende vraag te stellen:
‘Wat laat deze relatie mij over mezelf zien?”
Hiermee geef je jezelf ruimte te onderzoeken wat je ouders je – met alles wat zij meebrengen – over jou laten zien. Ouders worden dan niet langer gezien als de oorzaak van alles wat ‘mis’ is, maar eerder als dragers van een spiegel die richting geeft. Dat is een wezenlijk andere benadering.
In ‘ervaren en het proces van bewustwording’ schrijf ik over welke stappen je in dit proces van zelfonderzoek kunt zetten.
Van innerlijk werk naar inzicht
Wanneer je leert kijken naar jouw (lichamelijke) reactie in contact met de ander, kan er ruimte komen voor inzicht en bevrijding. Je hoeft de ander niet meer te overtuigen, veranderen of begrijpen. Je leert verantwoordelijkheid te nemen voor wat het in jou aanraakt. Hoe oneerlijk, pijnlijk of onrechtmatig dit ook kan voelen.
Potentieel
Waar pijn zit, zit overigens ook potentieel. Dezelfde ouders die wonden hebben veroorzaakt, wijzen vaak (paradoxaal genoeg) ook naar:
- je grootste gevoeligheid
- je diepste wijsheid
- je vermogen tot compassie
- je kracht om te doorzien wat niet klopt
Wat jij hebt moeten ontwikkelen om je staande te houden, blijkt later vaak precies datgene wat je te brengen hebt.
Ouders zijn misschien wel de meest confronterende spiegels die we krijgen.
Wie bereid is (werkelijk) te kijken, zou kunnen ontdekken dat achter de pijn geen leegte zit, maar richting.
Niet ondanks hen.
Maar via hen.
