Voorbij de vorm
De ruimte achter wat we waarnemen
We kunnen onze gedachten waarnemen, opmerken dat we boos zijn, onzeker worden of de behoefte voelen om onszelf te verdedigen. Er is de gedachte, maar er is ook het gewaarzijn van die gedachte. Er is de emotie, maar ook het vermogen om die emotie op te merken.
Wanneer je bijvoorbeeld kritiek krijgt en irritatie voelt opkomen, kun je daar automatisch vanuit reageren. Maar wanneer je opmerkt wat er in je gebeurt, zonder direct naar die eerste impuls te handelen, ontstaat er ruimte.
Misschien ontdek je dat de kritiek iets raakt wat je al langer over jezelf gelooft. Je hoeft die gedachte niet onmiddellijk te geloven en je hoeft het gevoel niet weg te drukken. Je kunt waarnemen wat er gebeurt en onderzoeken wat er geraakt wordt.
Daarmee verandert niet noodzakelijk de inhoud van je ervaring, maar mogelijk wel de verhouding die je ertoe hebt.
Wat betekent het eigenlijk dat je gedachten en gevoelens kunt waarnemen? Ben je uitsluitend wat je denkt en voelt, of is er ook iets in jou dat deze ervaringen kan opmerken?
De wereld van vorm
In de vorige blog schreef ik over de manier waarop we ons identificeren met de vormen waarmee we onszelf definiëren. Ons lichaam, overtuigingen, kennis en de rollen die we vervullen, dragen allemaal bij aan het beeld dat we van onszelf hebben.
Tegelijkertijd zijn deze vormen voortdurend aan verandering onderhevig. Gedachten komen en gaan, emoties veranderen en onze levenssituatie blijft in beweging.
Toch maken we van tijdelijke ervaringen vaak iets wat ons als persoon definieert.
‘Ik heb gefaald, wordt: ik ben een mislukkeling.’
‘Ik voel me onzeker, wordt: ik ben onzeker.’
We maken van wat we ervaren een verhaal over wie we zijn. Wanneer we ons daar volledig mee vereenzelvigen, kan iedere aantasting van dat beeld voelen als een aantasting van onszelf.
Maar wat gebeurt er wanneer je deze vormen wel kunt ervaren, zonder er mee samen te vallen?
Voorbij het vertrouwde zelfbeeld
Het onderzoeken van die vraag vraagt niet alleen om een antwoord dat je intellectueel kunt begrijpen, maar vooral om ervaring.
Je kunt begrijpen dat je gedachten niet hetzelfde zijn als wie je bent. Maar wanneer je je afgewezen of bedreigd voelt, kan het vertrouwde zelfbeeld je alsnog volledig in beslag nemen.
Het inzicht is er dan misschien als gedachte, maar het werkt nog niet vanzelfsprekend door in hoe je de situatie beleeft.
Daarom gaat het voor mij niet om het ontwikkelen van een nieuwe identiteit, maar om het onderzoeken van wat er gebeurt wanneer je je niet langer volledig vereenzelvigt met de vormen waarmee je jezelf hebt leren definiëren.
Ben ik het beeld dat ik van mezelf heb opgebouwd, of ben ik in essentie degene die dit beeld kan waarnemen?
De vorm en het vormloze
Die vraag hoeft niet direct een antwoord te krijgen. Ze nodigt uit om zelf te onderzoeken wat er gebeurt wanneer je even ‘uit het denken’ stapt. Het helpt je te gaan leren waarnemen vanuit de waarnemerspositie. Hiermee ga je niet onmiddellijk in op alles wat je over jezelf denkt en gelooft.
De ‘waarnemer’ in deze is dus blijkbaar het het gewaarzijn waarin de ervaringen verschijnen.
In spirituele tradities wordt hiervoor soms het begrip het ‘vormloze’ gebruikt. Daarmee wordt niet zozeer een nieuwe vorm bedoeld die je kunt vinden, maar iets wat niet samenvalt met de veranderlijke inhoud van je ervaring.
Of terwijl: bewustzijn. Je ware ‘zelf’, voorbij de vorm. Dit is nooit met woorden helemaal te beschrijven, gezien woorden een vormelijke aard hebben.
Het is daarentegen wel te ervaren.
Het lichaam als ingang
Een toegangspoort tot deze aanwezigheid is het innerlijke lichaam. Door je aandacht bijvoorbeeld bij de ademhaling of de gewaarwordingen in je buik te brengen, kan deze zich geleidelijk verdiepen.
Mogelijk merk je dat er, voorbij de stroom van gedachten en de verhalen over wie je bent, iets anders voelbaar wordt. Een diepe, stille aanwezigheid. Ruim en tegelijkertijd intens levendig.
Hier is niks om aan vast te houden, begrijpen of verklaren.
