Het therapeutische veld – de kracht van aanwezigheid
Één van mijn favoriete onderwerpen!
Er is namelijk een aspect van begeleiding dat nauwelijks te vangen is in woorden, en tegelijk allesbepalend voor de werking ervan. Ik heb het al vaker door laten klinken in eerdere blogs. Het gaat hier niet om de methode, techniek of de inhoud van wat gezegd wordt. Het therapeutische veld onderscheid zich in zijn kracht daar waar iemand werkelijk aanwezig is. Niet bezig met het volgende, niet afgeleid of corrigerend, maar in het nu.
Aanwezigheid als dragende kracht
Wanneer een begeleider werkelijk aanwezig is, gebeurt er iets subtiels maar fundamenteels. Het lichaam van de ander herkent veiligheid. Het zenuwstelsel ontspant, vaak zonder dat dit bewust wordt opgemerkt. Hier hoeft een cliënt niets te bewijzen.
Er hoeft niets begrepen te worden en gevoelens / ervaringen die zich aandienen mogen er zijn.
Er komt ruimte.
Dit opent lagen die via gespreksvorming alleen vaak onbereikbaar blijven.
De innerlijke staat van de therapeut
Wanneer we spreken over het therapeutische veld en de kracht van aanwezigheid, kunnen we niet om één fundamenteel aspect heen: de innerlijke staat van de therapeut zelf.
Aanwezigheid is niet alleen iets wat je doet, het is iets wat je bent.
En dat ‘zijn’ wordt onvermijdelijk gekleurd door wat in de therapeut zelf nog onbewust meebeweegt.
Een therapeut die zijn eigen thema’s heeft aangekeken (en dat blijft doen), draagt een ander veld dan iemand die vooral vanuit technieken of methodieken werkt. Dat is geen waardeoordeel, maar een constatering van niveauverschillen in bewustzijn en afstemming.
Wanneer innerlijke stukken nog niet doorleefd of geïntegreerd zijn, is de kans stukken groter dat
de therapeut meetrilt met de beleving van de cliënt. Dat kan empathisch lijken, maar het vertroebelt het veld.
Er sluipt projectie in, identificatie, of een subtiele behoefte om te helpen, te redden of te sturen.
Juist daar waar de therapeut schoon is – niet in de zin van perfect, maar in de zin van doorleefd en bewust – ontstaat iets anders.
De therapeut blijft aanwezig zonder mee te bewegen.
Minder doen, meer laten gebeuren
Dit vraagt een diepgaand innerlijk proces.
Het betekent bereid zijn om eigen pijn, patronen, schaduw en hechtingsdynamieken onder ogen te zien. En in sommige gevallen: deze zo volledig te doorzien dat er sprake is van wat je eenheidsbewustzijn zou kunnen noemen. Een staat waarin identificatie met het persoonlijke verhaal is weggevallen.
Vanuit dat bewustzijn ontstaat een vorm van begeleiden waarbij de cliënt kan bewegen in zijn of haar proces zonder dat het veld vervormd raakt door onbewuste reacties van de begeleider. Emoties mogen er volledig zijn, zonder dat ze hoeven te worden gereguleerd, verzacht of verklaard. Paradoxaal genoeg ontstaat juist daardoor veiligheid.
Niet zozeer doordat de therapeut meer weet, benoemd of aanstipt, maar omdat hij of zij minder tussenkomt én niet handelt vanuit persoonlijk tekort. Geen eigen onverwerkte stukken, behoefte aan erkenning of identificatie met de helperrol worden meegenomen in het contact. Indien dit wel gebeurt, verschuift de zuiverheid van het veld.
Over verschil in diepte
Dit betekent niet dat begeleiding zonder deze mate van innerlijk werk geen waarde heeft.
Integendeel, veel therapeuten verrichten zorgvuldig en betekenisvol werk.
Tegelijkertijd is het belangrijk om te erkennen dat er verschillende dieptes en lagen bestaan in therapeutisch werken en dat het eigen bewustzijnsniveau daarin een doorslaggevende factor is.
Stilte als werkzaam element
Stilte kan in veel settings worden ervaren als ongemakkelijk. Toch is het één van de krachtigste dragers van het therapeutische veld. Niet als leegte, maar als aanwezigheid zonder toe-eigening.
Daar waar niets hoeft te worden opgelost, maar alles gezien mag worden.
Ik denk dat hier een belangrijk element ligt voor zorgvuldige begeleiding:
niet ingrijpen daar waar aanwezigheid volstaat.
