Onder de oppervlakte


Over waarneming, gevoeligheid en de intelligentie van het lichaam

Onder het oppervlak gebeurt meer dan zichtbaar is.
Niet een beetje meer, eerder een compleet andere orde van waarnemen.

Geluid draagt verder.
Trillingen bewegen sneller.
Richting wordt niet alleen gezien, maar gevoeld.

Een walvis zingt en wordt kilometers verderop gehoord.
Een haai registreert minimale elektrische signalen in het water.
Een orca stemt zich af op de groep zonder zichtcontact.

Er is geen ruis van woorden. Geen uitleg of verhaal.
Alleen afstemming.

De parallel met mensen
Bij mensen gebeurt dit ook.
Veel van wat iemand ervaart, speelt zich af onder de oppervlakte:

  • subtiele spanning in de buik
  • een microverandering in ademhaling
  • een impuls die niet wordt gevolgd

Nog vóór iemand er woorden aan geeft, is het lichaam al lang op de hoogte.

De vraag is: hoe goed zijn we nog in deze verfijnde manier van waarnemen?

Het (deels) kwijtraken van de verfijnde taal

Want hoewel ons lichaam voortdurend informatie registreert, betekent dat niet automatisch dat we dit ook waarnemen, laat staan er naar luisteren.

Veel signalen zijn subtiel. Ze dienen zich niet aan als een helder inzicht of een duidelijke boodschap. Eerder als een lichte spanning, een verandering in ademhaling, een gevoel van aantrekken of juist terughoudendheid.

Vaak merken we ze pas op wanneer ze sterker worden. Wanneer vermoeidheid niet meer te negeren is of spanning zich (langdurig) vastzet.

Tegen die tijd spreekt het systeem al een stuk harder dan het aanvankelijk deed. Wat begon als een lichte spanning wordt een klacht, wat eerst een gevoel van onrust was verandert in vermoeidheid of blokkade.

Gevoeligheid is niet zelfde als overspoeling
Gevoeligheid wordt vaak geassocieerd met kwetsbaarheid, snel overprikkeld raken of moeite hebben om grenzen te bewaken. In de natuur krijgt gevoeligheid echter een heel andere betekenis. Daar is het geen tekortkoming, maar een vorm van precisie.

Een haai die minimale signalen niet nauwkeurig kan registreren, mist zijn kans.
Een walvis die de subtiele afstemming met de groep verliest, raakt de verbinding kwijt.

Hier betekent gevoeligheid niet dat alles even hard binnenkomt. Juist het vermogen om onderscheid te maken is essentieel. Wat is relevant? Wat niet? Wat vraagt aandacht en wat kan voorbij bewegen?

Daar zit een belangrijk verschil tussen een systeem dat gevoelig is en een systeem dat overspoeld raakt. Het eerste neemt waar en het tweede verliest overzicht.

Het vraagt daarom niet om een systeem dat alles binnenlaat, maar om een systeem dat onderscheid kan maken in wat relevant is en wat niet.

Opnieuw leren waarnemen in therapie
Het werk zit dan zelden in nóg meer begrijpen of analyseren, maar eerder in het opnieuw leren waarnemen van wat zich al aandient. Juist in de kleine verschuivingen die gemakkelijk over het hoofd worden gezien.

Waar ontstaat beweging?
Waar stokt iets?
Wat probeert zich kenbaar te maken zonder direct opgelost te hoeven worden?

Zoals onder water veel van het leven zich buiten het directe zicht afspeelt, geldt dat ook voor ons innerlijke landschap.

Niet alles wat belangrijk is, meldt zich luid. Vaak zijn het juist de subtiele signalen die richting geven: een spanning die aandacht vraagt, een verlangen dat zich voorzichtig aandient of een gevoel van ontspanning dat laat zien dat iets weer op zijn plek valt.

Hoe verfijnder we leren luisteren naar die stille taal van het lichaam, hoe minder het systeem hoeft te schreeuwen om gehoord te worden.

Onder de oppervlakte ligt een vorm van intelligentie besloten die voortdurend informatie geeft over wat klopt, wat aandacht vraagt en welke richting leven wil nemen. De vraag is niet of die lagen aanwezig zijn, maar of we bereid zijn ernaar te luisteren.


Vergelijkbare berichten

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *